PROJECTEN

03-10.2004

Terra X - Renovatie


Museumtuin Stadsmuseum Zoetermeer In 'Variomatic', het Beeldend Kunstenplan van Zoetermeer worden de beeldentuin van het Stadsmuseum en het erachter gelegen weiland vermeld als geschikte locaties voor kunstprojecten. De zes permanente beelden in de tuin staan er verlaten en enigszins verwaarloosd bij. De sfeer van vergankelijkheid, kwetsbaarheid, intimiteit en slaperigheid, heeft bij Terra een behoefte aan renovatie opgeroepen. De kunstenaars vulden de bestaande beelden tijdelijk aan met negen kunstwerken waardoor de beeldentuin als geheel opnieuw de aandacht verdiende. Huis en Spiegelhuis (Hetty Arens) In de beslotenheid van de tuin staan twee huisjes in reliëfs van brons. Ze zijn spiegelbeeldig bij elkaar geplaatst en lijken aan de buitenkant gelijk. Maar het ene huis is intact en geeft geborgenheid, het andere niet. Heilig Huisje (Hetty Arens) Een huis is op een voetstuk geplaatst, onbereikbaar: nu een prototype in de beeldentuin, later zal het in verschillende vormen en op sokkels variërend in hoogtes van steen en brons worden uitgevoerd. De Lotusbloem (Hans de Groot) In de vaart achter in de tuin, omgeven door de drukte van opgravingen en een spoorlijn, drijven lotusbloemen van Hans. De lotus daar te zien bloeien is een onverwachte sensatie, een illusie van een landschap. De bloem veroorzaakt een kort en hevig gevoel van vreugde dat aanmoedigt om te dansen op een eenvoudige melodie. De Achterkant (Laurens van Herpt) Het Stadsmuseum en de beeldentuin als plek in de Dorpsstraat, hebben een sterke relatie met het doen van opgravingen. Daarbij ontmoet je vergankelijkheid, afsterven, walging en schoonheid. Laurens plaatst een gedenkteken voor het afsterven en voor het opnieuw - eventueel in een andere gedaante - glans krijgen. Berusting (Gerard Huisintveld) Het beeld, gebouwd op een vijfhoekig grondvlak, heeft oude wortels die teruggrijpen op het Nieuwe Stenen Tijdperk. Een ivoren toren omhult het broze binnenbeeld dat in een stootkussen is geplaatst van hersenvocht; een symfonie van cerebrale werkzaamheid. Het beeld wordt bedekt met de mantel der liefde en berust daarin. De Beuk (Theo Janssen) Theo ziet achter het museum de monumentale beuk tegen de verdrukking in groeien en om licht en ruimte vragen. Verplaatsen lijkt uitgesloten, maar de mogelijkheden van de fotografie zijn verrassend. Het resultaat is als een zuil van licht in de open ruimte van de tuin geplaatst. Het maakt verschillen met de werkelijkheid zichtbaar en tastbaar. Oog in oog met bomen (Yke Prins) De bast draagt sporen van het leven van de boom, ovale ogen waar ooit takken zijn afgebroken. Deze wonden zijn opgenomen in de bast, in het schors omsloten en vervaagd. De kracht van de natuur, het groeien, het zich herstellen, dat alles wekt ontzag. Dit brengt Yke er toe de bast als structuren in drie kleurrijke bronzen sculpturen ruimtelijk op te stellen, 'oog in oog' met de toeschouwer. Slapende Klokken (Yke Prins) Achter in de tuin stonden al de granito klokken van Herman Lamers. In het open gazon liggen nu ook de Slapende Klokken van Yke. Ze zijn van wit marmer, oker gietsteen, roestig brons en grijze aluminiumcement. Het marmerwit is een knipoog naar sneeuwklokjes die Lamers hebben geïnspireerd. De slapende klokken vragen om uit hun sluimer gehaald te worden, zoals ook de andere oude beelden uit de tuin dat vragen. Vlechtwerk (Thea Schenk) Alsof er een herfstspin aan het werk is geweest, zo weeft het beeld van Thea zich door de bomen, om zich als een hangende sluier te spiegelen in de vaart die de tuin omsluit.